Kweek en Oogst!

Alg. Informatie || Kweek & Oogst || Geschiedenis

Kweek!

Planten
De pompoen kan op veel manieren geteeld worden. De teelt lukt zowel op de composthoop als in de volle grond. Eind april de zaden in potjes zaaien, 2 3 per bloempotje. De grond moet goed vochtig worden gehouden, doe er een stukje plastic over en zet ze op een koele plaats. Als de plantjes 2 of 3 echte bladeren hebben kunnen de planten na 15 mei (de drie ijsheiligen) buiten geplant worden. Een meter uit elkaar. Pas op voor nachtvorst, daar kunnen pompoenen niet tegen! Een omgekeerde glazen pot over het plantje is al afdoende..

Eind april kan er binnen (bij ca. 20 C) in potten gezaaid worden, het liefst in niet te kleine potten. Het kiemen kan 5 tot 10 dagen duren. Als de kans op nachtvorst voorbij is kunnen de jonge planten in de volle grond gezet worden. Hiervoor moeten de planten eerst worden afgehard. Het is ook mogelijk direct in de volle grond te zaaien, ook hiervoor moet de kans op nachtvorst voorbij zijn. Een groot nadeel van deze laatste methode kan ongedierte zijn, vooral muizen kunnen behoorlijke schade toebrengen aan het gewas. Deze kleine veelvraat is namelijk gek op pompoenzaden. Maar ook de vogels weten de zaden te vinden.

Pompoenen gedijen het best op een zonnige en beschutte plek. Ook doen ze het goed tegen een klimrek, pergola of schutting, dit kan zelfs zeer decoratief zijn. Vooral de rankende soorten dien je veel ruimte te geven, ca. 1 tot 1,5 m2 per plant. De niet rankende soorten, bijvoorbeeld de patissons, kunnen met veel minder ruimte toe. Jonge planten moeten worden beschermd tegen slakken. Tijdens de groei is het soms goed enkele bladeren weg te knippen, hierdoor krijgen de vruchten meer zon en lucht. Doordat de pompoenplanten diep wortelen is het alleen bij extreme droogte noodzakelijk extra water te geven, dit kan het beste s ochtends.  

Pompoenen zijn eenjarige en eenslachtige planten. Dit laatste houdt in dat de plant zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen draagt. De mannelijke bloemen hebben, in tegenstelling tot de vrouwelijke bloemen een lange steel. De insecten zorgen voor de kruisbestuiving, maar dit kan ook handmatig. Onderaan de vrouwelijke bloem wordt uiteindelijk de vrucht gevormd. Vrijwel alle planten hebben gele bloemen, alleen de plant van de fleskalebes draagt witte bloemen.  

Voor het kweken van een zon groot mogelijke pompoen moet allereerst veel aandacht worden besteed aan de grond. Door een gat van een meter bij een meter te mengen met oude stalmest wordt een goede basis gevormd. De plant moet vroegtijdig worden teruggesnoeid tot 1 vrucht. Hierdoor gaat alle kracht en voeding naar de enkele vrucht. Tijdens de groei moet de plant van extra voeding worden voorzien in de vorm van organische mest. Daarnaast moet elke dag extra water worden toegediend. Zodra de nachten kouder worden moet de pompoen worden afgedekt.

Het verschil tussen een pompoen en een kalebas

Vaak wordt ons gevraagd; wat is nu het verschil tussen een pompoen en een kalebas. In het algemeen kun je zeggen dat de kleine soorten kalebassen zijn en de grotere soorten pompoenen. Kalebassen zijn voor decoratie bestemd en pompoenen kun je eten.

Oogsten!

Begin September kunnen de eerste rijpe vruchten geoogst worden. Laat u niet leiden door de kleur, want die heeft niets met de rijpheid te maken. Kijk wel naar de steel, want daaraan is te zien of de pompoen rijp is. Er verschijnen dan kurkachtige uitwassen of lijnen op de steel. Ook moet de vrucht keihard aanvoelen. Zeer belangrijk is dat de pompoenen met de steel worden geoogst. Dan kunt u ze zeer lang bewaren. Vruchten zonder steel rotten gemakkelijk. Bewaar de vruchten vorstvrij.

Over de teelt van pompoenen zijn de meningen sterk verdeeld. De een doet het zus, de ander zo. Volgens mij hangt het gewoon af van de omstandigheden, beschikbare middelen, beschikbare tijd en lokatie. Op het Brabantse zand ga je nou eenmaal anders te werk dan op de Groningse klei. De wijsheden met betrekking tot de teelt zijn dus voor het overgrote deel persoonlijk. Hieronder de beschrijving van mijn teeltwijze.

Ik denk dat voor iedereen geldt dat de voorpret al begint bij het uitzoeken van de zaden. Al zoekend in de catalogi, naar die nieuwe soorten, dromend over uitgestrekte pompoenvelden. En daarna de teleurstelling dat een aantal soorten uitverkocht zijn. De eerste pompoenen zaai ik meestal eind maart/begin april, binnen in bakjes die op de vloerverwarming staan. Op deze manier heeft de grond een vrij constante temperatuur van 20 - 22 graden C. Pompoenpitten kiemen het best bij een temperatuur van ongeveer 20 graden C. Voorafgaand aan het zaaien week ik de zaden altijd in lauw water (ongeveer halve dag). Als zaaigrond gebruik ik gezeefde potgrond die ik meng met 1/10 deel zand. Dit mengsel laat het water en zuurstof goed door. Vooral dat laatste is belangrijk om rot en schimmel tegen te gaan. De zaaigrond moet altijd vochtig gehouden worden, maar nooit echt nat! Voor de namen gebruik ik plastic etiketten, omdat papier gauw gaat schimmelen.

Zodra de zaden opkomen, zet ik de bakjes koeler (18 C.) en in het licht. (Ik hou de verschillende soorten altijd apart, de ene soort komt namelijk sneller op dan de andere...) Als de planten te warm en te donker staan krijg je hoge iele planten, die later erg kwetsbaar zijn en te weinig groeikracht hebben. Als de planten groot genoeg zijn (ongeveer 8 cm, met de eerste echte bladeren) verzet ik ze in 9 cm. potten (of de grotere soorten in 11 cm. potten). Ik verplaats ze dan ook naar een koelere kamer (15 C.) maar wel in het licht. Hier laat ik ze door groeien totdat ze (half April) naar de koude kas buiten gaan. Hier ligt echter het gevaar van nachtvorst op de loer. Als er nachtvorst voorspeld wordt dek ik de planten af, of haal ze naar binnen. Begin Mei begin ik de planten af te harden door ze overdag buiten de kas te zetten. Daarna blijven ze buiten tot half Mei en dan is het tijd om te gaan planten.

Op deze manier heb ik altijd half Mei grote planten waar soms de eerste bloemen al in zitten. Eind Juni of Juli kunnen dan de eerste pompoenen geoogst worden. Het is een beetje bewerkelijk allemaal en je moet er de tijd en ruimte voor hebben (zeker met grote aantallen). Er zijn natuurlijk ook andere manieren, b.v. in mei ter plekke buiten zaaien of eind april binnen. Voor mij is het altijd een kwestie van zo vroeg mogelijk de eerste pompoenen te hebben, dus heb ik al die tijd en aandacht er voor over.

De fleskalebassen zet ik altijd tegen een hek van stevig metaalgaas. Voor de grote soorten ongeveer twee meter hoog. de wat kleinere fleskalebassen in hekken van ongeveer een meter. Deze rekken met fleskalebassen zet ik altijd aan de meest zonnige kant, het zijn namelijk echte warmte liefhebbers! Op deze plek kunnen de ranken doorgroeien in de appelbomen, zodat de ranken to 6m. hoogte gaan. Bij mij groeien de pompoenen aan bomen!

Een deel van het veld bedek ik altijd met anti-onkruiddoek. 6 jaar geleden heb ik dat voor het eerst gedaan als proef, als het zou bevallen zou ik het voor het hele veld gebruiken. Scheelt een hoop wied-werk. Het bleek echter dat de pompoenen op dit doek minder goed groeiden en minder pompoenen gaven. Pompoenen maken namelijk langs de ranken hechtwortels die ze ook gebruiken voor extra vocht en voedingstof opname. Op het doek konden de planten geen extra wortels maken. Nu gebruik ik het doek voor planten die er goed tegen kunnen; de niet rankende soorten zoals de patissons en voor de kleine soorten sierkalebassen.

In veel beschrijvingen wordt gesteld dat je pompoenen op 1 bij 1m. of 1,5 bij 1,5m. moet uitplanten. Mijn ervaring is echter hoe wijder je ze uitelkaar zet, hoe meer vruchten je krijgt. Als ze echter wijd staan duurt het langer voor het veld dichtgegroeid is en moet je langer blijven wieden. Ik zet de planten dus liever ruim, de planten krijgen voldoende ruimte om te ranken, en maken steeds weer nieuwe vruchten waardoor ik door kan blijven oogsten. Op deze manier heb ik vanaf begin Juli tot de eerste nachtvorst pompoenen. Waar anderen schrijven dat ze een gemiddelde van 1 a 2 pompoenen per plant hebben, haal ik gemakkelijk 6 per plant voor de grotere soorten. Voor de kalebassen en de kleinere pompoenen ligt dat aantal vele malen hoger. Sommigen verwijderen ook zijranken of zelfs bloemen omdat dat beter zou zijn voor de pompoenen. Als je 1 reuze- wil kweken zit er iets in; anders grote onzin en onbegonnen werk.

De Oogst

Het oogsten is altijd weer een groot feest. Om de 2 a 3 weken ga ik naar de boomgaard om te oogsten. De rijpe exemplaren haal ik eraf zodat de planten weer nieuwe gaan vormen. Over de vraag wanneer je kunt oogsten zijn ook de meningen weer verdeeld. De vrucht moet hard zijn, de steel verhout, de vrucht moet hol klinken, de vrucht moet lichter zijn dan ie lijkt, etc. Na jaren ervaring weet ik het precies, alleen uitleggen is moeilijk. Het is een kwestie van voelen en de soorten goed kennen. In principe kunnen bikkelharde vruchten geoogst worden. Maar sommige soorten blijven altijd een beetje zacht, hoe lang je ook wacht. En bijvoorbeeld de Galeux d'Eysines voelt op een gegeven moment bikkelhard en de steel is verhout, maar dan moet je hem nog een paar weken laten hangen zodat ie z'n karakteristieke kurk/wrat/pinda-achtige uitstulpingen krijgt. Hoe dan ook; bij twijvel laten hangen/liggen, 1 die te vroeg geoogst is gaat al gauw rotten..